Je hebt het perfecte patroon gevonden, maar dan blijkt dat het voorgeschreven garen niet verkrijgbaar is. Of misschien vind je de kleur niet mooi, wil je liever een andere samenstelling of heb je gewoon een ander garen op het oog.
Kan je dan zomaar een ander garen kiezen?
Ja, absoluut. Maar er zijn een paar dingen waar je best op let.
Alleen kijken naar de aanbevolen naalddikte is namelijk niet voldoende. Ik neem je stap voor stap mee in hoe je een goed alternatief kiest.
1. Begin bij de stekenverhouding
Eén van de belangrijkste gegevens in je patroon is de stekenverhouding.
Staat er bijvoorbeeld:
22 steken × 30 naalden = 10 × 10 cm
dan zoek je bij voorkeur een garen waarmee je ongeveer dezelfde stekenverhouding kunt bereiken.
Waarom is dat zo belangrijk?
Omdat een paar steken verschil op 10 cm bij een volledige trui al snel meerdere centimeters verschil kan geven. Je trui kan daardoor uiteindelijk veel te groot of te klein worden.
Kijk dus niet alleen naar de aanbevolen naalddikte op het etiket, maar vooral naar de stekenverhouding.
2. Vergelijk de looplengte én het gewicht
Daarna kijk je naar de looplengte van het garen.
Bijvoorbeeld:
-
origineel garen: 120 meter / 50 gram
-
alternatief garen: 125 meter / 50 gram
Dat ligt behoorlijk dicht bij elkaar en kan dus interessant zijn om verder te bekijken.
Maar let op: een gelijkaardige looplengte betekent nog niet automatisch dat twee garens zich hetzelfde gedragen. De samenstelling en structuur spelen minstens zo'n belangrijke rol.
3. Kijk naar de samenstelling
100% merino gedraagt zich anders dan katoen. Alpaca heeft andere eigenschappen dan gewone wol. Een garen met mohair geeft opnieuw een totaal ander resultaat.
Vraag jezelf daarom af wat je mooi vindt aan het oorspronkelijke ontwerp.
Is het een luchtige, soepele trui?
Een warme wintertrui?
Een stevig vest dat zijn vorm moet behouden?
Of een zomertop die net mooi moet vallen?
Wanneer je een alternatief kiest, probeer je niet alleen de dikte, maar ook de eigenschappen van het oorspronkelijke garen zo goed mogelijk te benaderen.
En natuurlijk mag je daar bewust van afwijken. Je moet dan alleen weten dat je eindresultaat er anders kan uitzien dan het originele ontwerp.
4. Kijk niet alleen naar de aanbevolen naalddikte
Dit is een fout die heel gemakkelijk gemaakt wordt.
In het patroon staat bijvoorbeeld naald 4 mm, dus je zoekt in de winkel naar een ander garen waarop ook naald 4 mm vermeld staat.
Maar twee garens die allebei geschikt zijn voor naald 4 mm kunnen toch een heel andere stekenverhouding, structuur en valling hebben.
De naalddikte is dus een aanwijzing, geen garantie.
5. Bereken je hoeveelheid in meters, niet alleen in bollen
Het patroon vraagt 8 bollen. Dan koop je toch gewoon 8 bollen van je alternatief?
Niet noodzakelijk.
Stel dat het originele garen 150 meter per bol bevat:
8 × 150 m = 1.200 meter
Je alternatieve garen bevat maar 120 meter per bol:
1.200 ÷ 120 = 10 bollen
Je hebt in dat geval dus 10 bollen nodig in plaats van 8.
Kijk daarom altijd naar het totale aantal meters dat voor jouw maat nodig is.
En ik neem zelf liever een bolletje te veel dan eentje te weinig. Zeker wanneer je met een specifiek verfbad werkt.
6. En dan komt het… het proeflapje!
Ik weet het. 😉
Een proeflapje breien staat niet bij iedereen bovenaan het lijstje met favoriete bezigheden.
Maar wanneer je een ander garen gebruikt dan het patroon voorschrijft, is het écht belangrijk.
Brei een proeflapje, was het zoals je later ook je kledingstuk zult wassen en laat het drogen. Meet daarna opnieuw.
Sommige garens veranderen behoorlijk na het wassen. Ze kunnen uitzetten, soepeler worden of net wat compacter worden.
Pas daarna weet je of je met jouw garen en naalddikte de juiste stekenverhouding bereikt.
Zie je proeflapje dus niet als verloren breitijd. Het kan je uren uithalen en opnieuw beginnen besparen.
7. Soms is een alternatief bewust anders
Een alternatief garen hoeft trouwens niet altijd een exacte kopie van het oorspronkelijke garen te zijn.
Misschien wil je een wintermodel omzetten naar een lichtere versie. Misschien verdraag je bepaalde vezels niet. Of misschien wil je net een zachtere, warmere of meer uitgesproken uitvoering.
Dat kan perfect.
Hou er alleen rekening mee dat wanneer je de eigenschappen van het garen verandert, je ook het eindresultaat verandert.
En net dat kan soms heel mooi zijn.
Wanneer kies je beter géén alternatief?
Bij sommige ontwerpen speelt het gekozen garen een heel belangrijke rol.
Denk bijvoorbeeld aan een ontwerp waarbij een heel luchtig garen voor het volume zorgt, een patroon waarbij de structuur van het garen essentieel is of een model waarbij verschillende draden samen worden gebreid.
Hoe specifieker het garen bijdraagt aan de uitstraling en constructie van het ontwerp, hoe moeilijker het wordt om het zomaar te vervangen.
Twijfel je? Vraag gerust advies
Heb je een patroon gevonden maar weet je niet welk garen je kunt gebruiken?
Breng je patroon gerust mee naar Schaaap of stuur me even een berichtje.
We bekijken samen de stekenverhouding, looplengte, samenstelling en het aantal meters dat je nodig hebt. Daarna zoeken we een garen dat bij het patroon past, maar vooral ook bij jou en het resultaat dat jij voor ogen hebt.
Want uiteindelijk is dat het belangrijkste: dat je met plezier breit of haakt én blij bent met wat er van je naalden komt. 🧶
Breien. Haken. Beleven.
xxx Stephanie van Schaaap xxx
0 reacties